1. Wat is de CfD-regeling en hoe werkt het?
Een ‘Contract for Difference’ (CFD) is een prijsafspraak, in dit geval tussen de overheid en een producent van duurzame energie. De overheid stelt een zogenoemde ‘strike price’ vast. Is de marktprijs voor elektriciteit lager dan die afgesproken prijs, dan betaalt de overheid het verschil aan de producent. Is de marktprijs hoger, dan betaalt de producent het verschil terug aan de overheid. Daarmee verschilt de CfD fundamenteel van de SDE++. De SDE++ is een zogenaamde exploitatiesubsidie en vult het verschil tussen de kostprijs van duurzame energie en de marktprijs aan wanneer de marktprijs te laag is. Als de marktprijs hoger werd, kon de subsidie in het slechtste geval teruggaan naar nul. De CfD-regeling komt voort uit Europese regelgeving en moet voorkomen dat publieke steun leidt tot overwinsten als elektriciteitsprijzen sterk stijgen.
2. Voor welke projecten is CfD bedoeld?
De CfD is niet bedoeld voor huishoudens met zonnepanelen op het dak. Het gaat om grootschalige projecten voor de productie van zonne- en windenergie. Voor zonne-energieprojecten geldt een ondergrens van 200 kWp (ongeveer 400 tot 500 gangbare pv-panelen). Dat maakt vooral projecten interessant waarbij ontwikkelaars veel elektriciteit aan het net leveren. De regeling subsidieert geen zonnedaken waarbij de stroom grotendeels voor eigen gebruik is. Grote zonneparken, windparken en grotere zonne-installaties op daken kunnen daardoor een belangrijke doelgroep voor CfD blijven. De regeling is bovendien gericht op nieuwe projecten. Bestaande projecten met een SDE- of SDE++-beschikking, stappen niet tussentijds over naar CfD.
3. Wat verandert er voor ontwikkelaars van zonne- en windparken?
Voor ontwikkelaars verandert niet alleen de manier waarop zij de financiële ondersteuning berekenen, maar ook de juridische relatie die zij met de overheid aangaan. De SDE++ werkt met een subsidiebeschikking, terwijl CfD een contract wordt tussen de overheid en de producent. Daarmee worden de afspraken juridisch anders vormgegeven en kunnen ook andere verplichtingen gaan gelden. Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat ontwikkelaars duidelijker moeten aantonen dat zij hun project daadwerkelijk kunnen realiseren en exploiteren. Niet-nakoming van contractuele afspraken kan bovendien juridische of financiële gevolgen hebben.
Daarnaast verandert de manier waarop projecten met elkaar concurreren. Onder de SDE++ gaat het om verschillende technieken binnen één regeling en een beperkt budget. Zonne- en windprojecten concurreren daarbij met bijvoorbeeld geothermie, CCS, aquathermie en elektrische boilers. Bij CfD wordt dit anders ingericht. Zonne- en windenergie krijgen een eigen budget en concurreren in principe met elkaar. Dat kan de druk op ontwikkelaars vergroten. Voor de overheid kan dat aantrekkelijk zijn, omdat meer concurrentie kan leiden tot lagere biedingen. Voor ontwikkelaars betekent het dat de uitkomst van een bieding onzekerder wordt.
4. Waarom stapt Nederland eigenlijk over van SDE++ naar CfD?
De discussie over een tweezijdige CfD kreeg een impuls tijdens de energiecrisis van 2022. De elektriciteitsprijzen liepen sterk op, waardoor producenten van wind- en zonne-energie veel hogere inkomsten konden behalen. Dat leidde tot discussie over de vraag of publieke steun nog wel nodig was wanneer de marktprijs inmiddels hoog genoeg was om een project rendabel te maken. De CfD probeert dat probleem op te lossen. Bij lage prijzen blijft de overheid steun bieden, zodat een project voldoende inkomstenzekerheid heeft. Bij hoge prijzen vloeit een deel van het voordeel juist terug naar de overheid.
Ook Europese regelgeving speelt een belangrijke rol. Op grond van de Europese Elektriciteitsverordening moeten landen die directe prijssteun willen geven aan nieuwe opwekking van elektriciteit uit wind- en zonne-energie, dat vanaf 17 juli 2027 doen via tweerichtingscontracten.
5. Hoe ziet de overgang van de SDE++ naar CfD eruit? Blijven beide regelingen naast elkaar bestaan?
Ja, maar 2026 is het laatste jaar waarin nieuwe zonne- en windprojecten nog een aanvraag kunnen indienen voor de SDE++. Vanaf 2027 moeten nieuwe projecten gebruikmaken van de CfD. De SDE++ blijft wel bestaan voor andere technieken. De overgang verloopt bovendien geleidelijk. Een project dat in de laatste SDE++-ronde subsidie krijgt, heeft vervolgens nog tijd om gebouwd te worden en kan gedurende de exploitatie een beroep blijven doen op de regeling. De laatste projecten die via SDE++ worden ondersteund, kunnen daardoor nog jaren doorlopen. Een project dat al een SDE++-beschikking heeft, wordt dus niet halverwege de looptijd omgezet naar CfD. Dat zou voor ontwikkelaars en financiers te veel onzekerheid opleveren.
6. Wat gebeurt er met projecten als de stroomprijs negatief wordt binnen de CfD-regeling?
Dit is een belangrijk punt. De CfD krijgt een eigen mechanisme voor negatieve prijzen, maar het is nog niet precies bekend hoe dit eruitziet. Negatieve elektriciteitsprijzen komen steeds vaker voor op momenten dat er veel aanbod van bijvoorbeeld zonne- en windenergie is en relatief weinig vraag. De negatieve prijsuren nemen toe en kunnen een aanzienlijk effect hebben op de productie en daarmee op de businesscase. Als een zonneproject in de praktijk minder produceert doordat de exploitant het tijdens negatieve prijzen afschakelt, heeft dat gevolgen voor de financiële opbrengst. Marktpartijen zoeken nog naar manieren waarop de CfD deze prijsrisico’s deels kan afdekken.
7. Wat is er bekend over het budget van de CfD-regeling?
Dat is nog onzeker. Er komt een budget voor de CfD-regeling, maar hoe groot dat precies wordt en hoeveel projecten ermee kunnen worden ondersteund, is nog niet duidelijk. Dat maakt het voor ontwikkelaars lastig om vooruit te kijken.
Daarnaast wordt nagedacht over de manier waarop voldoende concurrentie in de veiling kan worden gegarandeerd. Een belangrijk uitgangspunt daarbij is dat niet automatisch het volledige beschikbare budget wordt uitgegeven. Te denken valt aan een systeem waarbij maximaal 85% van het aangevraagde budget wordt toegekend. Als er bijvoorbeeld € 1 miljard beschikbaar is, maar ontwikkelaars gezamenlijk voor slechts € 900 miljoen aanvragen indienen, zou volgens zo'n systematiek niet automatisch die volledige € 900 miljoen worden toegekend. Dat moet voorkomen dat een veiling onvoldoende concurrentie kent.
8. Wanneer wordt de CfD ingevoerd?
De eerste CfD-openstelling voor nieuwe duurzame-energieprojecten wordt in het najaar van 2027 verwacht. Daarvoor moet echter nog veel worden geregeld. De wettelijke basis moet worden vastgesteld, waarna de verdere uitwerking in regelgeving volgt. Komende woensdag krijgen Kamerleden een technische briefing over het onderwerp. Een week later, op 1 oktober, vergadert de Tweede Kamercommissie Klimaat en Groene Groei over het wetsvoorstel. Nadat het wetsvoorstel in de Tweede Kamer is aangenomen, moet het nog worden goedgekeurd door de Eerste Kamer. Ook moeten belangrijke technische en financiële details worden ingevuld.
Een belangrijk moment is het advies over de basisbedragen van het Planbureau voor de Leefomgeving over de prijsniveaus waarop projecten kunnen inschrijven. Dit gebeurt waarschijnlijk in februari 2027. Deze bedragen zijn essentieel voor ontwikkelaars, omdat ze onderdeel worden van de financiële modellen waarmee projecten worden beoordeeld en gefinancierd. Daarnaast moeten de regels voor de veiling, het contract en de omgang met negatieve prijzen worden vastgesteld.
Voor ontwikkelaars blijft gelden dat een goede regeling alleen niet genoeg is. Er moeten geschikte locaties zijn, er moet een sluitende businesscase kunnen worden gemaakt en er moet ruimte zijn op het elektriciteitsnet. De CfD gaat die drie problemen niet allemaal oplossen. Wel moet de regeling ervoor zorgen dat financierbare projecten daadwerkelijk kunnen doorgaan. Of dat lukt, wordt de komende maanden duidelijker, wanneer de juridische en financiële details verder worden ingevuld.














